PUBLICATIE
Eerder uit de schulden: wat werkt?
Ondanks dat gemeenten veel capaciteit en middelen inzetten om inwoners met schulden te bereiken en te ondersteunen is de kennis over effectieve interventies op dit terrein nog beperkt. Om dit kennishiaat weg te nemen is vanuit het ZonMw-programma Vakkundig aan het Werk een onderzoeksconsortium gevormd dat de effectiviteit van een aantal schuldeninterventies bestudeert. Het doel van het consortium Eerder uit de schulden: wat werkt? is om de praktijkkennis van gemeenten te verrijken met wetenschappelijke kennis en zo bij te dragen aan een beter bereik en ondersteuning van inwoners met betalingsachterstanden. Bureau Bartels is bij drie interventies van Eerder uit de Schulden: wat werkt? betrokken, namelijk vroegsignalering, coronasanering en de ketensamenwerking tussen gemeente, rechtspraak en zorgverzekeraars. Bij het consortium – waarvan de Hogeschool Utrecht penvoerder is – zijn verder betrokken CBS, Pharos, Verwey-Jonker Instituut, Save the Children, Valente en de gemeenten Amsterdam, Utrecht, Gouda, Arnhem, Deventer en Haarlem.
Coronasanering
40 procent van de mensen die zich aanmelden voor schuldhulp valt uit voordat ze een schuldregeling hebben. Steviger inzetten op goede communicatie met de cliënt, meer persoonlijk contact en een snellere toeleiding kan aantal mensen dat uitvalt verlagen. Dit staat beschreven in het rapport “Hoe halen inwoners de eindstreep? - Begeleiding bij de aanvraag van een schuldregeling”.
Financiële achterstanden lopen vaak snel op en de gevolgen voor mensen gaan van kwaad tot erger. Daarom is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zo snel mogelijk naar een schuldregeling worden begeleid. Bekend is dat veel mensen die naar een schuldregeling toewerken voortijdig met het traject stoppen. In het kader van het onderzoek is in vier gemeenten onderzocht hoe groot de uitval in de instroomfase was. Daarnaast is bij de gemeente Utrecht onderzocht of een andere aanpak leidt tot een hogere instroom in de schuldregeling. Gemiddeld over de vier gemeenten valt 40 procent van de mensen die zich aanmelden voor schuldhulp uit vóórdat ze een aanvraag voor een schuldregeling kunnen afronden.
Het onderzoek richtte zich op de in 2021 ingevoerde aanpak van de gemeente Utrecht. Deze aanpak is ook bekend als de Coronasanering. Er is gekeken welke factoren bijdragen aan een betere instroom naar een schuldregeling. Uit het onderzoek komen drie aspecten naar voren die bijdragen aan de instroom: 1) goed contact met de schuldhulpverlener 2) weinig administratieve belasting en 3) de snelheid van het traject.
Goed contact met de schuldhulpverlener beschrijven cliënten als een inlevende bejegening, transparante en duidelijke communicatie en goede bereikbaarheid. De administratieve belasting werd verminderd doordat cliënten hier praktische ondersteuning bij kregen, waardoor de meeste cliënten de administratieve belasting goed te doen vonden. De snelheid van het traject draagt met name bij aan minder twijfels bij cliënten over het nut en effect van een schuldregeling op hun leven. De gemeente Utrecht heeft de afgelopen jaren ingezet op versnellen van het traject. Op het moment van dit onderzoek duurde het traject van aanmelding tot start van de regeling gemiddeld vier maanden. Wat bij de gemeente Utrecht tot een versnelling van de instroom heeft geleid, is met name de praktische ondersteuning: medewerkers die zelf in de schuldhulp hebben gezeten of in armoede hebben geleefd helpen cliënten bij het verzamelen van alle stukken om het dossier voor de aanvraag compleet te maken. Ook stellen schuldhulpverleners minder strengen eisen aan de compleetheid van de dossiers, waardoor er sneller een aanbod kan worden verstuurd naar schuldeisers.